Waarom filosofie geen academisch gewauwel is

Ik geloof niet dat ik op een ochtend wakker werd en dacht: Ik heb filosofie nodig. Sterker nog, filosofie leek me voor een groot deel abstract, academisch gewauwel. En ik heb sowieso even nodig voordat ik ‘s ochtends iets nuttigs denk…

Wel heb ik natuurlijk mijn (dagelijkse) problemen.

Via de boeken The Obstacle is the Way en Ego is the Enemy van Ryan Holiday ontdekte ik (toevallig) Stoïcijnse filosofie.

En tot mijn verbazing was Stoïcijnse filosofie vroeger juist speciaal bedoeld voor het omgaan met (dagelijkse) problemen. 2000 jaar geleden snapten ze het hele ‘we kennen geen problemen, alleen uitdagingen‘ (wat natuurlijk onzin is) veel beter. We kennen namelijk wél problemen. De uitdaging is alleen die problemen te zien voor wat ze zijn, en te kiezen met welke van die problemen we aan de slag gaan.

Wat me ook opviel: De meest bekende Stoics hebben zelf niets gepubliceerd, of sowieso niets geschreven. Het ging ze vooral om het doen.

De Romeinse Keizer Marcus Aurelius schreef 1900 jaar geleden een persoonlijk dagboek — het werd na zijn dood gevonden, vertaald en gepubliceerd.

Adviseur, ondernemer, en een van de rijkste mannen van Rome Seneca the Younger schreef 2000 jaar geleden brieven aan vrienden, kennissen en collega’s — de brieven zijn later gebundeld.

En Epictetus was 1950 jaar geleden een slaaf turned schooldirecteur, gaf colleges, en schreef zelf niets — een van zijn studenten heeft aantekeningen gemaakt.

Alle drie zijn ze met hun houding, gedrag en manier van leven een voorbeeld geweest voor anderen, en daar kunnen we vandaag nog steeds van leren. Alle drie waren het ongetwijfeld eens geweest toen Thoreau schreef:

“Geen woorden, maar daden.”

Dat schreef Thoreau natuurlijk niet. Maar dat bedoelde hij wel met de woorden:

“Een filosoof zijn, betekent niet alleen het hebben van mooie gedachten, laat staan het oprichten van een eigen stroming. Het betekent het oplossen van (sommige) problemen van het leven, niet alleen in theorie, maar in de praktijk.”

Kortom, Stoïcijnse filosofie is geen abstract, academisch gewauwel. Het is die-hard, praktisch toepasbare wijsheid.

Hoe kun je dan aan de slag?

Omdat de 21 Dagen Niet Klagen Challenge, 2000 jaar geleden nog niet bestond, en je vroeger ook nog geen rubberen polsbandjes had, hadden de Stoics zelf iets bedacht om het praktisch te maken:

De drie disciplines: Perceptie, Actie, Wil.

Deze houden in:

1. Perceptie: Zie dingen zoals ze zijn (objectief).
2. Actie: Onderneem actie op waar je invloed op hebt.
3. Wil: Accepteer waar je geen invloed op hebt.

Het start met perceptie. Omdat hoe je naar iets kijkt, bepaalt wat je ziet. Dingen zijn ook niet goed of fout. Dingen zijn zoals ze zijn. Soms is het heel fijn als een trein vertraging heeft, want dan haal je hem nog net. Soms is het heel vervelend als een trein vertraging heeft, want dan moet je wachten. Zelfde trein. Zelfde vertraging. Ander labeltje.

Oftewel, wij maken iets goed of fout door hoe we naar iets kijken en het beoordelen.

Dat is stap 1. Objectief herkennen wat iets is. Dan pas kun je de juiste actie ondernemen, of accepteren dat het nu eenmaal zo is.

Over wat dat juiste handelen volgens deze wijze heren inhoudt, kan ik nog veel meer schrijven (en dat ga ik in andere stukjes ook lekker doen), maar Marcus vindt het voor nu waarschijnlijk al te veel woorden (sorry Marcus), toen hij schreef:

“Verspil geen tijd met praten over wat een goede man is, ben er een.”

Dus, hup. Genoeg gelezen. Aan de slag.


Wil je de volgende stukjes die ik schrijf niet missen?

Meld je aan voor de maandelijkse update met mijn artikelen en boekentips

Dit stukje is een vervolg op “Tijdloze wijsheid van een Romeinse Keizer”