Help, mijn WhatsApp is een tweede inbox!

I used to have a career. Now I just have an inbox

Ooit was WhatsApp leuk, want gratis sms’en. Nu is het een tweede inbox met app-groepen en blauwe vinkjes.

En terwijl WhatsApp het leven juist makkelijker hoort te maken, ben je er de hele dag druk mee: Je lijkt een beetje de secretaresse van jezelf.

Het probleem: Omdat anderen jou berichtjes sturen zonder dat jij dat kunt tegenhouden, lijkt het alsof je afhankelijk bent van anderen. En dat is hatelijk.

Gelukkig is dit niet helemaal waar. Je kunt zelf best veel.

De twee dingen die ik doe, zodat ik geen last heb van WhatsApp, zijn vrij simpel:

1. Zelf minder versturen
2. Spelregels maken

Allereerst, het concept ‘berichtjes sturen’ werkt ongeveer zo: Meer versturen is meer ontvangen.

Voor email is bewezen dat je voor elke verstuurde email, 1.6 email terugkrijgt. Hard werken, werkt dus niet. Voor WhatsApp is dit onderzoek (nog) niet gedaan, maar de dynamiek is hetzelfde (mensen die elkaar berichtjes sturen).

Gelukkig is het tegenovergestelde ook waar: Minder sturen is minder ontvangen.

En daar heb je volledig de controle over.

1. Zelf minder versturen betekent minder ontvangen

Zet al je meldingen uit
Het uitzetten van je meldingen zorgt dat je minder kijkt. En dan stuur je automatisch minder. Dit is de eerste dag misschien eng, want mis je dan niets? Spoiler: Ja—en dat is het hele punt. Je wilt alle onzin juist missen. We gaan straks wel zorgen dat je niets belangrijks mist. Voor nu is het voldoende te beseffen dat heel veel dingen niet belangrijk zijn, maar urgent worden gemaakt (en dus best even kunnen wachten). Dingen een uurtje later zien, is juist heel fijn, omdat het dan meestal al is opgelost…

Denk na voor je iets stuurt
De keren dat je wél kijkt, is het handig na te denken voor je antwoord. Ik weet het: Baanbrekend! Maar serieus, de kwaliteit van je antwoord bepaalt hoe lang het spelletje pingpong met je WhatsApp-tegenstander duurt. En het gaat niet om sneller antwoorden, maar om beter oplossen. Stel jezelf daarom de vraag: “Hoe los ik dit op?” Dat kan betekenen dat je niet reageert (doei blauwe vinkjes) en wacht tot morgen, omdat je diegene dan toch ziet of spreekt—scheelt echt heel veel tijd.

2. Spelregels maken (en zorgen dat je niets belangrijks mist)

Van welke 5 mensen wil je niets missen?
Je vriendje, vader, moeder, beste vriendin of misschien de buurman. Van wie wil je niets (belangrijks) missen? Met die mensen ga je vanaf nu sms’en. Inderdaad, terug naar vroeger. Dat doet namelijk niemand meer, waardoor je daar wél de meldingen van aan kunt zetten, en alleen gestoord wordt door de mensen waar je door gestoord wílt worden. En als je dit even uitlegt, snapt eigenlijk iedereen het.

Welke 5 andere mensen sturen je de meeste berichtjes?
Iedereen die vroeger op een pleintje heeft gevoetbald weet: Paal is paal. Helder. Duidelijk. Geen discussie. Nu—nadat we jaren gestudeerd hebben—maken we geen afspraken meer hoe we met elkaar omgaan. Dat is voor kinderen. Terwijl door het maken van (simpele) spelregels, het spel leuker en beter gespeeld wordt (we spelen een spel toch?). Oftewel, maak met de 5 (overige) mensen die je de meeste berichtjes sturen, spelregels. Geloof me, dit scheelt echt de wereld. Het grappige is, ze vinden al die berichtjes meestal zelf ook helemaal niet zo handig.

Spreek een spoedkanaal af
Dingen missen is goed. Belangrijke dingen missen niet. Spreek daarom een spoedkanaal af voor dringende dingen. Zelf gebruik ik hier ook sms voor. Als je vertelt dat je hierdoor juist beter bereikbaar wordt dan voorheen (omdat dit alles is wat je direct in je scherm ziet), snapt iedereen dit ook. En het verbaast me tot op de dag van vandaag hoe weinig misbruik hier van wordt gemaakt.

*Extra: Mis je wel 1x iets, schiet dan niet in de paniek en zet niet al je meldingen weer aan. 1x iets missen weegt niet op tegen 99x voor niks gestoord worden.

3. Het enige is, je moet het wel even een weekje doen..

Ik ben jou niet, doe jouw werk niet, en weet dus niet in wat voor situaties je komt en met wat voor mensen je te maken hebt. Daarom geldt voor dit artikel (net als al mijn andere stukjes):

Gebruik wat je kunt gebruiken, gebruik niet wat je niet kunt gebruiken, en voeg toe wat je mist.

Met dingen als dit werkt het meestal het beste om het een weekje te proberen, en met de dingen die je leert te kijken hoe je het zo kunt aanpassen dat het helemaal handig is. Als je dit dan weer met mij deelt, kan ik dat ook weer delen met anderen die daar wat aan kunnen hebben.

Kortom…

* Minder sturen is minder ontvangen
* Zet je meldingen uit
* Je moet niet (direct) antwoorden
* Denk na voordat je iets stuurt
* Oplossen > antwoorden
* Maak spelregels
* Gebruik een spoedkanaal
* Je moet het even een weekje doen


Als je deze blog interessant vindt, misschien deze ook:
Wat doe jij voor werk? Euh, ik ben een e-mailer…
De kunst van het experimenteren
Het 80/20 Principe en waarom effectiviteit altijd voor efficiëntie gaat

Ow, en ik stuur 1x per maand een update met boekentips, hebben?